Een ode aan wie zich geroepen voelt

Ik keek er stiekem al de hele week naar uit. Helpen op school. Een goede daad, even uit mijn verlofbubbel, gezellig bij mijn kind en zijn klas muziekinstrumenten maken. Hoe moeilijk kan het zijn.

Bij aankomst loop ik samen met de andere hulpmoeders naar het atelier. Daar staan alle creatieve spulletjes voor het maken van de instrumenten (inclusief de voorbeelden) uitgestald op alle vier de tafels.
We keuvelen nog wat met het creatieve brein van de school die ons even later alles enthousiast uitlegt over de verschillende opdrachten die we gaan maken en wachten daarna met smart op de 28 kinderen.

In de verte horen we ze aankomen.
Noah heeft zijn neus tegen het raam van het lokaal gedrukt en staat samen met zijn maatjes uitbundig naar me te zwaaien. “Mijn mama” hoor ik hem roepen! Trots als een pauw zwaai ik terug.

Ze komen in tweetallen het lokaal binnen en gaan netjes in een rij staan. Noah zit in mijn groepje aan tafel en de bedoeling is dat we met dopjes van frisdrankflesjes, spijkers en hout een soort rammelaar (het heet anders) maken.
We hebben een uur de tijd en de tijd gaat nú in.

Ineens weet ik eigenlijk niet meer zo goed wat de leraar crea nou precies heeft uitgelegd.
Het voorbeeld ligt er wel en er zit een logica in die ik moet overbrengen op vier kleuters waarvan ik niet meer weet wat die was. Een ding weet ik wel en dat is dat ze allemaal gelijk beginnen met iets waarvan ik zeker weet dat, dat niet de bedoeling was.
En daar sta ik dan, plotseling midden in de realiteit. Noah wilt àlles alleen doen en na 40 minuten heeft hij in 4 dopjes een gaatje gemaakt. Nog 8 te gaan inclusief boren, hameren en het hout inkleuren. De andere drie vragen om de minuut of ik ze kom helpen. Om te voorkomen dat ik de spijkers moet vasthouden zodat zij een concert op mijn vingers kunnen slaan, neem ik de taken volledig van de kleuters over. Tegelijkertijd hoor ik mezelf als een debiel roepen “Rammen met die hamer No!”
Noah die rustig al zijn dopjes voor de zesde keer aan het tellen is, maakt een gebaar waaruit ik opmaak dat ik zo ver mogelijk bij hem uit de buurt moet blijven.

Het getik van de hamers, de klanken van de instrumenten, er zijn namelijk kinderen die al klaar zijn (pff uitslovers), het geren, de wild pratende kleuters in hun kleutertaal de een nog luider dan de ander…
Alles dreunt als donder en bliksem door elke vezel van mijn lijf. Mijn neurotransmitters kunnen de prikkels nauwelijks aan en mijn hart pompt bloed als nooit tevoren. Flashbacks van vroeger schieten door mijn hoofd.
Ik, die altijd als laatste mijn werkjes af had. Mijn moeder die nog even snel mijn lampion moest maken omdat de mijne leek op een haarbal van mijn kat. Gekleide schaaltjes die leken op gesmolten schoenlepels. En uiteindelijk mijn rapport.
Handarbeid: onvoldoende.

Hoe heb ik me ooit kunnen laten meeslepen door de woorden ‘muziek’ en ‘instrument’.
Het zweet staat op mijn rug, hoe krijg ik in 5 minuten tijd de instrumenten van 4 kinderen af zodat ze niet teleurgesteld de les zullen verlaten, met trots hun instrument in de klas kunnen laten horen, hun eerste traumatische ervaring niet de handarbeidles zal zijn.
Ik vlieg van de ene kant naar de andere kant van de tafel. De leraar springt bij want de logica die ik hanteer is er een die in het Guinnes book of records thuishoort. Nog nooit eerder vertoond. Hooray! hooray!

Kortom, een ode aan alle creatievelingen waar ook ter wereld, leraren en leraressen, hulpmoeders, nanny’s, leidsters..
etcetera, etcetera.

Ik hou het bij de spreekwoordelijke pen en het onlosmakende papier, rustig een beetje creatief schrijven, alleen, in mijn bubbel, ‘s nachts wanneer iedereen slaapt.

Slaap lekker, boa noite.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.